"Gewone" rij-angst

Verschijnselen, bijvoorbeeld:

  • Bang dat de motor afslaat, bang om in te parkeren, bang voor de parkeergarage, etc..
  • Bang om het overzicht te missen, bijvoorbeeld op grote verkeerspleinen of kruispunten.
  • Bang om niet te kunnen in- of uitvoegen als het druk is.
  • Bang om opeens niet meer te weten wat te doen.
  • Bang om een ander wat aan te doen.
  • Bang om te verongelukken terwijl een ander (je kinderen) niet zonder jou kunnen.

Oorzaken, omstandigheden, bijvoorbeeld:

  • Enige tijd, of lange tijd, niet of nauwelijks gereden.
  • Slechts in je eigen vertrouwde omgeving durven te rijden, of niet alléén durven te rijden.
  • Na het behalen van je rijbewijs was er al niet voldoende zelfvertrouwen om te gaan rijden.
  • Een ongeluk(je) gehad in de beginperiode van het autorijden.
  • Ondanks enige rijervaring, is er rijangst ontstaan, bijvoorbeeld na het krijgen van kinderen.
  • Vorderende leeftijd maakt onzeker.

Aanpak:

  • Uitgebreid gesprek, en voorlichting over de aanpak, tijdens de intake.
  • De verdere aanpak is individueel gericht, naar aanleiding van uw situatie.
  • Stap-voor-stap intensieve training en begeleiding op het gebied van defensieve rij- en kijktechniek, van waarnemen en begrijpen, van assertiviteit en samenwerking in het verkeer; dit alles uitgaande van uw angsten en van uw beleving achter het stuur.
  • Doel: zelfstandig en met een terecht goed gevoel te kunnen rijden, gebaseerd op zelfvertrouwen en op een méér dan gemiddeld goede rijstijl en waarnemingstechniek.